Vandaag rijden we de laatste 307 km naar Los Angeles. We doen allerlei stops onderweg waardoor we toch weer een hele dag op pad zijn. Gisterenavond blijkt er een aardbeving te zijn geweest in onze regio. Ik heb er niks van gemerkt, maar Nicole vertelt dat er zo’n 1.000 per jaar plaatsvinden, dit was een beste met 5.4 op de schaal van Richter.
We rijden door het gebied waar de paardenfluisteraar een ranch heeft, ook Kevin Costner heeft hier een ranch en vlakbij is ook Neverland van Michael Jackson. Ook is er een dorpje gevestigd door Deense immigranten, die hun omgeving hebben ingericht naar Deens model er is zelfs een kleine Zeemeermin, een kopie van de versie in Kopenhagen. We naderen de gekte van Hollywood en LA.
We rijden over een bergpas die door Captain Freemont werd gebruikt om Santa Barbara te veroveren op de Mexicanen en hen het land uit te zetten. Uiteraard was de weg toen nog niet verhard en was het moeilijk begaanbaar. Maar door deze weg lukte het om de stad zonder gevechten in te nemen.
Onze eerste stop is in Santa Barbara, we stoppen eerst bij de missiepost, deze is gebouwd in 1871. Dit was de 10e missiepost van de Spanjaarden. Daarna is het overgenomen door Amerikanen.
Na de missiepost gaan we naar downtown Santa Barbara, dat is het centrum. Dit stadje is na een grote aardbeving helemaal herbouwd in Spaanse stijl. De bus staat geparkeerd bij het gerechtshof en na onze koffie zien we een gevangene in oranje overall en met kettingen aan zijn benen en handen, onder begeleiding de weg oversteken van de prison naar de rechter, zijn zaak dient vandaag. Mensonterend dat je zo publiekelijk over straat moet! Schuldig voor de veroordeling.
In de bus hebben we even gezwaaid naar Harry en Meghan, die hebben een huis in Montecito. En er staan huizen hier, niet normaal! We zijn op weg naar Hollywood, maar ik denk dat de echte rijken hier wonen.
We rijden weer een stuk langs de oceaan en ja hoor dan zien we eindeijk de dolfijnen waar we al 3 dagen naar zoeken. Check, dat kan ook van het lijstje af.
Als we Hollywood naderen vertelt Nicole dat dit vroeger landbouwgrond was, pas in 1911 kwam de eerste filmstudio hierheen. In 1914 kwam MGM hier. Door de televisie werd de filmindustrie minder noodzakelijk, toen raakte dit gebied in verval. In 1950 besloot de kamer van koophandel om de Walk of Fame te starten, daarmee werd de stad weer bloeiend. Nu komen er veel toeristen speciaal daarvoor naar Hollywood.
We hebben een flinke tijd om Hollywood Boulevard nog een keer te bekijken en uiteraard maken we ook een foto van de letters in de bergen. Het is een beetje ver weg, maar natuurlijk moet je dit gezien hebben. Verder is Hollywood Boulevard een grote kermis van voedsel-verkopers, van souvenirswinkels en van bijzondere figuren die hier rondlopen.
Via Sunset Boulevard rijden we Hollywood uit, dit is de plek waar veel theaters zijn. Het is grappig om al die bekende namen en straten te zien, veel filmsets komen langs. We zien Rodeo Drive en een aantal waanzinnige huizen, maar de bus mag niet meer op toer door de woonwijk of over Rodeo Drive, ik snap dat wel. Druk hier en als je er woont word je gek van die bussen. We zien ook de kerk waar Elizabeth Taylor en Richard Burton trouwden.
Veel mensen in de zee en veel vermaak. Las Vegas heeft het imago van plat vermaak, ik vind dit hier nog veel platter aandoen. Niet perse mijn manier van vertier, dus ik pak een bankje in het park en ga ff mensen kijken.
Na deze strandstop gaan we terug naar ons hotel, we rijden via Venice Beach en Marina del Rey, nog meer plekken met een bekende naam en een mooi gebied. We zien veel stukken die decor waren voor Baywatch en Beverley Hills 90210.
En dat brengt een einde aan de ‘Western Discovery’. We hebben 2911 mijl gereden, dat is gelijk aan 4.657 km.
Morgen of overnorgen nog 1x een verslagje van de reis naar huis.
Vandaag vertrekken weom 8.30 uur, nu zijn we de laatste bus van de 3. We gaan voor 484 km. Ik krijg veel reacties op de lange dagen in de bus, dat klopt we zijn vaakvan 8 tot 18 uuronderweg. Maar op reizen als deze is de bus niet het middel om van A naar B te gaan, nee de busrit Ãs de reis. We zien veel moois onderweg en stoppen minstens om de 2 uur voor koffie/lunch/thee en toilet. En Nicole vertelt veel en van alles over wat we zien onderweg. En we nemen ook pauzes om te wandelen op de mooie plekken. Voor een wandelaar als ik zou dat laatste nog wel meer mogen, vooral in de nationale parken, maar dit is gewoon echt een ander soort reis. En ik geniet volop.
We gaan naar het zuiden. Als we de stad uit zijn gaan we verder op Highway 1, de weg langs de kust. Ook vandaag is het erg mistig, dus we zien niet zoveel van de oceaan. We rijden weer door veel landbouwgebied, van bloemen tot kool en pompoenen worden hier geteeld. De koffiestop doen we in Davenport, bij een heerlijke bakkerij, ik neem een haver/rozijnenkoek, heerlijk.We rijden door Santa Cruz (de surf-city van de USA) naar Carmel. Dat is de stad waar Clint Eastwood ooit de burgemeester was. Wij stoppen in Carmel by the sea, een welvarend deel van de stad aan de kust. Er staan prachtige huizen met weelderige tuinen. We zien hier ook weer een missiepost, de missionarissen hebben hun erfenis wel achter gelaten. In dit plaatsje hebben ze geen huisnummers, de postbode komt ook niet langs. Mensen moeten de post zelf ophalen.
Ik zie heel veel baseball stadions onderweg Berry, maar ik ben er steeds op de verkeerde tijd. Dus ik kan geen wedstrijd bijwonen.
We stoppen in Monterey bij Cannery Row, de plaats waar in vroeger tijden sardientjes werden ingeblikt. John Steinbeck schreef er een boek over en je vindt hier het bankje van Forrest Gump, de box of chocolates staat op het bankje klaar voor bezoekers, zijn beroemde woorden: ‘life is like a box of chocolates, you never know what you are going to get’. Na deze leuke stop rijden we via een binnenweg want de bus mag helaas niet verder over highway 1, het is daar te smal voor onze grote bus en ze zijn ook nog de weg aan het herstellen na een modderstroom over de weg eerder dit jaar. Wij nemen dus de 101. Zodra we de kustweg achter ons laten is ook de mist achter ons, ineens is het weer een zonnige dag. Lekker hoor, na de kou in San Francisco. Het land is weer eindeloos, opnieuw heel veel landbouwgrond, ik zie druiven, kool, sla, aardbeien, artisjokken en ga zo maar door. Ook wordt hier gras gemaaid en in balen binnengehaald, op de eerdere veeboerderijen was dat door de droogte niet mogelijk. Net voor de stop zien we een brand in de heuvels, je snapt dat deze heftig kan worden met al dat droge gras en hout. De stop voor de plaspauze is kort, het is hier ineens ook weer heet! De lunchpauze was in 17 graden in de mist aan de zee, hier is het 31 en zonnig. Wat een verschil. Als we verder rijden komen we in het gebied van de Californische wijnen, de ene wijngaard na de andere. Voor San Francisco zagen we ook wijngaarden, maar die waren voor krenten en rozijnen. De bekende rode doosjes komen daar vandaan. In dit gebied is het echt voor wijn. We rijden door naar Santa Maria waar ons volgende hotel is. Dat is weer iets heel anders dan de andere hotels, een soort Engelse Pub/cottage. Gezellig. En natuurlijk doen we even de pub aan voor en drankje. Morgen onze laatste dag in de bus.
Vandaag een dag naar eigen invulling. Ik begin met een koffie en yoghurtje als ontbijt in het hotel. Ik vind Amerika razend duur, een gewone kleine zwarte koffie kost me $5,25, evenals een klein bakje yoghurt. En de dollar is net iets minder waard dan de euro, maar het is geen megaverschil.
Gelukkig verkoopt ‘onze’ Jeff bij de bus flesjes water voor $1, als je die in de winkel wilt kopen zijn ze ook zomaar $4 of meer. Ik begin te begrijpen dat er hier ook veel mensen met een baan het leven niet meer kunnen betalen en op straat terecht komen. Want dat is hier in San Francisco een enorm probleem, er leven duizenden mensen op straat in van die tentjes of andere ‘onderkomens’. Vreselijk om te zien.
Vandaag begin ik met het kopen van een dagkaartje voor het openbaar vervoer. Ik houd van wandelen, maar de heuvels hier zijn wel een uitdaging. Ik pak de cable car nog maar een keer, nu naar Lombard street, een prachtig groen stukje met woonhuizen met prachtige tuinen en met 8 haarspeldbochten in de straat! Zo steil is het. Naar beneden lopen gaat wel want er is een trap, dus ik wandel naar Columbusstreet en loop die verder af richting de baai. Onderweg zie ik een prachtige kerk en die wil ik gaan bekijken, maar ik loop langs een erg lekker ruikend bakkertje/koffietentje dus eerst een koffiestop. Het is ‘go with the flow’ vandaag.
Na een rondje door de kerk loop ik via het parkje voor de deur, waar veel Aziaten hun gymoefeningen doen, verder Columbus af. Ineens zie ik rechts Chinatown weer liggen en dus ga ik even rechts voor nog een rondje door deze bijzondere wijk. Onze gids vertelde gisteren dat 33% van de inwoners van San Francisco van Aziatische afkomst is, daarom is Chinatown hier erg groot.Â
En daarna ga ik weer verder Columbus af en via het financial district (waar het stress is vandaag denk ik, met die snel dalende beurs) verder naar the Ferrybuilding. De plek waar in de geschiedenis de schepen aankwamen, nu is het een soort foodhall, met een prachtig plekje om even te zitten aan de baai. Ik heb hier fraai zicht op de Baybridge.
Na de lunch loop ik verder langs de baai en zie zo’n mooie ouderwetse houten pier, die wandel ik even op. Aan het einde zijn een paar Chinese mannen aan het vissen en precies als ik aankom halen ze een ‘Leopard Shark’ (luipaardhaai) naar boven. Ze halen de haak eruit en gooien hem onder een bank, en dan zie ik er daar ineens nog een heel stel liggen! Ik ben benieuwd welk Chinees restaurant vanavond haai op het menu heeft.Â
En dan doe ik nog een keer een rondje langs Fishermans Wharf en de zeeleeuwen en pelikanen die daar liggen en vliegen. Supertoeristisch maar toch leuk. En daarna ga ik terug naar pier 33, voor de overtocht naar Alcatraz.
Wat een indrukwekkend bezoek is dit zeg! Ik ga eerst met een audiotour door de gevangenis en hoor en zie indrukwekkende verhalen en beelden. Ook hoor ik het verhaal van de ontsnapping van 3 mannen die met lepels een gat in de celmuur maakten. Maar je wilde hier echt niet gevangen zitten. Wat een ellendige cellen en wat een kou en vochtigheid. Enne….ik heb Al Capone de groeten gedaan hoor. Daarna wandel ik ook nog door de prachtige tuin op de rots, bijzonder dat dit hier ook is.Â
Terug op het vasteland vind ik het genoeg voor vandaag, ik neem een bus naar het hotel en ga daar lekker chillen. Boekje lezen en luieren.Â
Vergeten de wekker te zetten, geen probleem normaal gesproken, omdat ik iedere morgen om half 6 wakker ben. Maar deze ochtend nu net niet, ik schrikom 6.45 uurwakker! De koffer moetom 7 uurklaar staan, oeps dat is haasten.
Maar ik red het, een heel snelle douche, koffer weer vullen en klaar. Daarna rustig een ontbijtje en om 8 uur weer in de bus.
Vandaag rijden we 138 km naar San Fransisco. The City by the Bay.
In de jaren rond 1840 kwamen de goudzoekers deze kant op. Sommigen over zee, maar veel over land vanuit New York. Veel plaatsjes hier zijn door deze avonturiers gesticht en heten dan bijvoorbeeld Dublin. Grappige verwijzing naar hun geboortegrond.
We rijden voor San Fransisco de mist in, dat is hier iedere dag aan de orde. Door de warmte in het binnenland, trekt de koude zeelucht daarheen en dat zorgt voor de mist. We hopen dat het als we in de stad aankomen weer optrekt. We willen de Golden Gatebridge natuurlijk wel zien liggen.
We rijden langs Berkeley, de ‘wijk’ waar de universiteit is. Dit is ook bekend van de studentenprotesten, bijvoorbeeld voor de vrijheid van meningsuiting en tegen de Vietnamoorlog.
De volgende ‘wijk’ is Oakland, dat is het industriegebied en hier is een megagrote containerhaven. Hier zijn nog veel problemen met streetgangs, de straatbendes.
Ik zet wijk steeds tussen aanhalingstekens, omdat het deel is van de metropool San Fransisco, maar eigenlijk steden op zichzelf zijn.
We komen de stad binnen via de Oakland Bay Bridge, een immense hangbrug. Op de bovenverdieping rijd je de stad in, op de onderverdieping ga je de stad uit. Ik zie Alcatraz al liggen, mijn doel voor morgen.
We komen al om 9.45 uur aan in het hotel en na een korte stop beginnen we aan een stadsrondrit. We zien alle bekende plekken in de stad, van het stadhuis, naar Twin Peaks (maar daar zitten we volledig in de mist, dus we zien niets van het mooie uitzicht), naar Golden Gate park, naar de Golden Gate Bridge (ook die ligt half in de mist), naar Fishermans Warf. Daar eindigt de tour en wandel ik lekker een tijdje rond. De bus brengt ons later weer terug naar het hotel om daar in te checken.
We zien hier bijzondere taxi’s, de Weymo, dat is een taxi zonder chauffeur. Met een app roep je die op en de zelfrijdende auto pikt je op en brengt je naar je bestemming.
We hebben het koud hier, vrijwel iedereen in de bus heeft inmiddels een sweater gekocht. En vanavond voor de avondtour doe ik maar mijn warmste lange broek aan.
En ik koop gewoon een vest, nog bovenop mijn sweater die ik al in Vegas had gekocht. Het is echt koud en winderig hier.
In de avondtour gaan we met de cable-car, dat mooie houten trammetje dat over de steile heuvels wordt getrokken door een kabel in de grond. We lopen door Chinatown en gaan weer naar Fishermans Warf om te eten. Daarna bezoeken we ook nog Treasure Island voor een mooi uitzicht op de lichtjes van de stad. Leuke tour door de stad weer. En nu naar bed, morgen nog een dan San Fran
En weer zijn weom 8 uurklaar voor vertrek. We hebben wel een luxereis hoor! ‘s Morgens zetten we de koffer bij de deur van de kamer en de bellboys zorgen er samen met Jeff en Nicole voor dat ze in de (goede) bus komen en ‘s avonds gaat dat omgekeerd. En Gerry, onze Jeff is de enige buschauffeur, hij doet het super. Maar we hebben de langste reisdagen nu wel achter de rug. Vandaag rijden we zo rond de 300 km. Ik denk overigens dat er hier geen rijtijdenwet bestaat hoor, we stoppen wel iedere 1,5 á 2 uur, maar de stops zijn soms kort zodat hij niet veel rust krijgt.
Amerika is sowieso hard werken, als je begint met werken dan krijg je 1 week (5 dagen) vakantie per jaar en dat bouwt langzaam op. Maar het maximum is geloof ik 2 weken. Daar kunnen wij ons niets bij voorstellen.
Vandaag rijden we verder de Sierra Nevada in, onderweg naar Yosemite National Park. Naast Mono Lake hebben we de eerste foto/koffiestop. Dit meer krijgt steeds minder water uit de Sierra Nevada, daardoor wordt het meer steeds zouter, nu kun je er garnalen vissen.
We rijden via de Tioga Pass het park in, dat is helemaal bovenaan het park op ruim 3300 meter. Deze pas is in de winter gesloten omdat er dan zoveel sneeuw ligt dat de weg onbegaanbaar is. Ook nu zien we op de toppen nog restjes sneeuw/ijs liggen. De bus moet hard werken om ons allemaal boven te krijgen.
We zien verschillende meren onderweg en ook al wat kleine watervalletjes. Na de droge gebieden van de afgelopen dagen ziet dit er allemaal erg weelderig uit, erg groen uit. Ook al vertelt Nicole dat het zo’n droog jaar is.
In het park stoppen we bij Tenaya Lake (genoemd naar Chief Tenaya, het opperhoofd van de Indianen), hier is er geen zandsteen of rode rots meer, nu zijn we in granietgebied. Ook hier zijn de Indianen verdreven door de blanken. Dit waren de stammen Miwok en Ahwahneechee indianen. Ze werden niet alleen verdreven om de grond, ze kregen ook de ziekten, zoals bijvoorbeeld de mazelen, die door de Europanen werden meegenomen en stierven daaraan omdat ze geen weerstand hadden.
De Spanjaarden hebben in dit gebied ‘gemijnd’ (goud en zilver) maar ook de houtindustrie was belangrijk met de grote sequoia bomen. Deze laatste gaan wij helaas niet zien omdat die te ver van onze route staan.
Onderweg doen we een aantal fotostops, onder andere bij Half Dome, een berg die voor de helft is meegenomen door een gletcher en er dus ook echt uitziet als een gehalveerde koepel. En ook bij de Bridalveil Fall, een waterval en bij El Capitan, een enorme monoliet.
Hoewel we van grote hoogte naar beneden rijden, naar de onderkant van het park, doen we niet zoveel haarspeldbochten als je zou verwachten. Daardoor duurt de afdaling wel lang, maar voelt het rijden fijn. De hele tijd zo’n ravijn inkijken als je een haarspeldbocht neemt vind ik niks.
Je ziet veel brandschade in de bossen, ieder jaar zijn hier natuurbranden, maar soms wordt het bos ook in brand gezet door de rangers, daarmee ruimen ze het bos dan weer op. En de sequioa bomen hebben brand nodig om hun zaden vrij te geven, dus het is soms ook nuttig. Het bos herstelt zich wel weer.
Bij het bezoekerscentrum hebben we lunchpauze en mooi de tijd om een wandeling te maken. Ik loop na een lekkere pokebowl als lunch naar de prachtige Yosemite Falls, de grootste waterval hier. Door de droogte is het geen immense waterval, maar toch prachtig om even te bezoeken. Het is zaterdag en dus druk, helaas te veel mensen om dieren te zien. Behalve een paar eekhoorns en raven zien we deze keer geen wild.
En daarna gaat de bus weer verder, verder naar beneden, we komen weer op zeeniveau. We volgen daarbij de prachtige Merced rivier, waarin ik steeds kleine stroompjes water naar beneden zie kletteren. Beneden aangekomen zien we veeteelt bedrijven die heel veel koeien, hebben. Wij zien wel de enorme weidegebieden, maar er lopen niet veel koeien buiten, het zal te warm zijn denk ik. Nog verder komen we in een gebied met fruitteelt. Een aantal van deze boerenbedrijven zijn van origine van Nederlandse emigranten die hier in de vijftiger jaren een beter leven zochten. En daar stoppen we bij een fruitstand. Daar verkopen ze zo’n beetje alles wat in deze regio verbouwd wordt.
En dan komen we bij het hotel aan, weer een Hilton, nu DoubleTree by Hilton. Bekend want die hebben we in Soestduinen ook, hahaha. Na het inchecken gaan we met 7 man op zoek naar Palermo, een Italiaans restaurant. We lopen door straten waar je niet alleen doorheen wilt en vragen ons af waar we terecht komen. Maar Palermo blijkt een prima tentje met heerlijk eten en een echt Amerikaanse serveerster, ‘hey love, how are you’. Lekkergegeten en veel gelachen, dus een goede afronding van deze dag.
Vandaag zijn
mijn gedachten in Veenendaal, heel veel sterkte lieve Mieke. En Jos en Carla natuurlijk ook. Het motto van deze dag is: geniet van het leven, en daarom gaat mijn reis ‘gewoon’ verder, mijn verslag
ook. Daar gaat ie dan:
Jazeker heb ik wel gegokt, Laurie had me
gevraagd om geld in te zetten op nr. 27, dus dat heb ik gedaan. Drie keer zelfs. Helaas leverde het niets op. Maar zo’n casino bezoek is niks aan in je eentje hoor, dus ik was snel klaar daar. Ik
snap de mensen die uren achter zo’n kast zitten niet zo goed.
Vandaag weer vroeg op, want de volgende tour staat in de agenda. De tocht door Death Valley National Park is vandaag de planning en dan rijden we verder naar Mammoth Lakes, daar is ons hotel
naast de skilift, dus weer grote contrasten in temperatuur.
De hele week proberen de 3 bussen van onze groep een beetje bij elkaar uit de buurt te blijven, maar vandaag gaan we in een colonne van 3 door de woestijn van Death Valley, just to be sure.
Maar eerst stoppen we bij het bekende ‘welcome to Las Vegas’ bord voor een fotostop. We verlaten ‘SinCity’ met een paar spatjes regen en een dichtbewolkte lucht, de eerste keer deze vakantie
Het wordt een tocht van 539 km. Van 86 meter onder zeeniveau in Death Valley naar 2700 meter hoogte bij Mammoth Lakes. Succes Jeffrey (dat is onze chauffeur).
We stoppen in Pahrump om boodschappen te doen voor de lunch omdat er een lange, hete en verlaten weg aankomt.
We rijden eerst door de Mojavi woestijn. Hier zien de bergen er weer heel anders uit, geen rode rotsen, maar grijs gesteente en de begroeiing is van dat rode gras en grijsgroen laag struikgewas.
De weg is eindeloos, een lange rechte streep asfalt, ik ben echt blij dat ik al deze kilometers niet zelf hoef te rijden. Na alweer een uur gaan we de grens met California weer over en zijn we
terug in de Sun-state. Het gebied waar we doorheen rijden was lang geleden een zee, die is opgedroogd maar heeft het zout en andere mineralen zoals sodium en borax achtergelaten. Daardoor
ontstaat die bijzondere begroeiing. Doordat er nu 2 winters achter elkaar best veel regen is gevallen is het ook behoorlijk groen.
Daarna gaan we langzaam Death Valley in, de vallei is ontdekt door de 49’ers, die in 1849 op zoek waren naar de goudvelden in California. Ze verloren in dit gebied onderweg veel leden van de
groep en toen ze de woestijn achter zich lieten zei een van hen: farewel Death Valley. En zo is de naam ontstaan. Tegenwoordig is er een beweging, ‘The 49’ers’, die ieder jaar in november de reis
van de originele ontdekkingsreizigers nadoen, onderweg zien we hun nederzettingen.
We doen de eerste fotostop bij Zebriski view point, we moeten even naar boven klimmen, maar dan is er een prachtig uitzicht. Het zand heeft veel verschillende kleuren, dat komt natuurlijk door de
mineralen in de grond. En je ziet ook het zout zo hier en daar wit oplichten. Daarna gaat de bus verder naar het bezoekerscentrum. Op het parkeerterrein daar zien we een coyote lopen, ziet eruit
als een magere herdershond. In dit gekke, onherbergzame gebied wonen ook Indianen. Dit keer de Timbishe Shosone stam. Hoe kan het, hoe kun je hier leven?
En ja hoor, als we bij het bezoekerscentrum willen vertrekken blijkt een van de bussen een lekke band te hebben. Dus de Duitse passagiers uit die bus schuiven bij ons in. De Italianen gaan in de
‘Engelse’ bus. Fijn dat we dit samen doen.
We komen nu echt in het desolate gebied, we slaan het allerlaagste deel over (Badwater), maar we zien hier wel de zoutvlakten naast de bus. Daar groeit niks, helemaal niks. Maar soms is er dan
ineens een stuk heel groen begroeid, Nicole vertelt dat het winter-regenwater en het smeltwater van de sneeuw uit de Sierra Nevada op die plaatsen ondergronds is opgeslagen.
Bij een grote vlakte met zandduinen doen we weer een fotostop. Ook al is het ‘maar’ 42 graden, nog lang niet het record hier, en flink bewolkt hebben we het goed warm zodra we de bus uitstappen.
Na de eerste bergkam die we beklimmen is daar ineens toch weer blauwe lucht en de zon. Gelukkig, ik begon me al zorgen te maken. Daarna komt er nog een heuveltop, respect voor onze chauffeur met
die grote bus.
De volgende fotostop is bij de Starwars canyon, hier zijn opnamen gemaakt voor deze film(s).
Als we het Death Valley national park verlaten doemt de Sierra Nevada voor ons op. Met een flink zwarte lucht erboven, het regent! Hopelijk is de bui voorbij als wij daar aankomen.
We komen langs Manzanar, dat was in WOll een gevangenkamp voor zo’n 120.000 Japanners die destijds in Amerika woonden. Zij werden opgepakt na de aanslag op Pearl Harbor en pas weer vrijgelaten in
november 1945.
In de Sierra Nevada rijden we omhoog naar Mammoth Lakes. Dat plaatsje heet niet zo omdat er mammoeten hebben geleefd, maar omdat er een bedrijf werd gevestigd dat zich Mammoth Mining noemde.
We rijden langs een megagrote kudde schapen en zien ook veel runderen, het landschap wordt groener, duidelijk meer leefbaar hier. In de tussentijd worden we ook gewaarschuwd voor de mogelijke
aanwezigheid van beren rondom de lodge waar we gaan logeren. Niet echt kalmerend als je een stukje wilt gaan wandelen.
De temperatuur hier op de berg is 11 graden, vannacht koelt het af naar zo ongeveer 4. Dat is wel een verschilletje met de 42 van Death Valley.
Vanmorgen ben ik begonnen met een wandeling over the strip, het is een belevenis om al die hotels te zien en ook van binnen te bekijken. Ze hebben gemiddeld 3.000/4.000 kamers en vrijwel allemaal een thema. Ik ben binnen geweest bij:
The Excalibur, het thema hier is rond de Engelse ridders, het is wel een beetje pretparkstijl. Het diner kun je doen in ridderstijl, dus kluiven en met je handen eten.
New York New York, nou da’s duidelijk he? Allemaal American Diners hier. En de achtbaan op het dak, gaat ook door het hotel heen.
In het Bellagio ben je in Rome, compleet met bloemen van Muraans glas en een eigen museum met Van Gogh e.d. Hier zijn ook de prachtige fonteinen voor het hotel. Maar die ga ik vanavond bewonderen als de lampjes aan zijn.
Daarnaast zit CeasarsPalace, dus ik blijf ff in Rome. En hier is het even tijd voor een koffie op het terras van Cafe Americano.
Daarna steek ik de weg over om The Flamingo te bezoeken en raad eens, daar is een tuin met….flamingo’s.
En daar weer naast zit hotel-casino Paris, compleet met Eiffeltoren en Arc de Triomphe, bizar. Zo langzaamaan word ik het wel zat, dus loop ik terug naar mijn eigen hotel, het Luxor. En inderdaad dat is Egypte, met een sfinx voor de deur en een heuse pyramide. Wij slapen op de 19e verdieping in de pyramide. Dat betekent dat de lift niet recht omhoog gaat, maar met een helling van 39 graden in de hoek van de pyramide omhoog schommelt. Dat doet iets met je evenwichtsorgaan kan ik je zeggen. Jan, dit is geen lift voor jou.
Overal in Vegas zijn maatregelen om te voorkomen dat mensen met gokschulden zichzelf uit wanhoop ombrengen. Zo kun je bijna nergens gewoon oversteken, maar moet je zo’n fly-over nemen. Er zijn vrijwel geen hotels met balkons. Maar ons hotel heeft aan de binnenkant van de pyramide gewoon galerijen waarover je naar je kamer loopt, als je kwaad wilt kun je dus van 19 (of 21, dat is de bovenste) hoog naar beneden ‘vallen’.
Na een korte stop in mijn kamer ga ik toch nog even in ons hotel rondneuzen, er is een museum over Tutanchamon, uiteraard omdat je Egypte als thema hebt, en dat bezoek ik even. Het is een geinig museum dat vertelt over de ontdekking en opgraving van het graf van deze koning door Howard Carter. Wist je dat king Tut (zoals ze hier zeggen) regeerde vanaf zijn 9e jaar en dat hij stierf toen hij 19 was? Ik niet, dus ik heb weer wat geleerd.
Vandaag ga ik ook op jacht naar een diabetes-prikset. Ik had namelijk een sensor gekocht en opgedaan, maar die houdt er na een week mee op. Zo’n ding moet 2 weken meegaan, dus ik baal flink en ik heb verder niks bij me. Maar hier kun je die sets in iedere drogist gewoon kopen, dus opgelost.
En vanavond ga ik weer naar het HardRock cafe, deze keer eens een andere menukeuze maken dan The Legendary. Ik kan de steak-salad ook van harte aanbevelen. Lekker zeg.
En na het eten nog een wandeling naar het Bellagio, want daar is die fonteinshow die je niet mag missen. Het is supermooi, wel een beetje bizar als je denkt aan al die droge gebieden waar we doorheen gereden zijn, toch hebben we ervan genoten. En nu naar bed, morgen Dead Valley en Mammoth Lake.
Vandaag mag ik voorin de bus, jippie! We rijden deze dag 392 km. Eerst terug langs Red Canyon, dan door Zion National Park en dan via de interstate naar Viva Las Vegas.
We stoppen voor foto’s in Red Canyon, daarna gaan we snel verder, er moeten veel kilometers worden ovebrugd vandaag. In Mount Carmel is er even tijd voor koffie en wc en daarna gaan we door naar Zion National Park.
Daar maken we verschillende fotostops, het is alweer een bizar mooi landschap. We gaan door een tunnel van bijna een kilometer, maar die is zo laag dat de weg voor onze bus moet worden afgezet, we moeten over het midden van de weg rijden anders past het niet.
Bij het bezoekerscentrum hebben we weer wandeltijd, wat is het hier ook weer mooi!! Ik heb zelfs nog even met mijn voetjes in het koude water van de Virgin River gezeten. Heerlijk!
En dan stoppen we voor de lunch in St. George. Dit zijn allemaal plaatsjes die door de Mormonen zijn ontwikkeld. In deze stad staat een grote mormoonse tempel, op het dak van die tempels zie je altijd Moroni, kijkend naar het oosten en met een trompet in de hand. En nu hebben we eindelijk een plek waar we iets anders kunnen eten dan hamburger. Ik doe een pasta.
En weer verder op de snelweg, de temperatuur loopt al aardig op. Vanmorgen begonnen we met 12 graden, bij de lunch is het 37 en vanmiddag in Vegas wordt het 41. Best warm weer Gerry, hahaha.
We gaan Utah weer uit, door een puntje Arizona rijden we door naar Nevada. Hier gaan we weer een uur verder in de tijd. Gek hoor, al die tijdzones in 1 land.
We rijden door The Virgin River Gorge en daar zien we de eerste Joshua-trees. Een Yucca-achtige boom. Zo genoemd naar de eerste Mormoonse profeet.
Meteen als we de grens van Nevada gepasseerd zijn zie je de casino’s langs de weg. In deze staat mag je gokken, dat is duidelijk.
Bij het binnenrijden van Las Vegas staan we uiteraard weer in de file, we zien al veel bekende hotels en ook de gouden Trump Tower.
En dan komen we aan in het hotel: NIET NORMAAL. Ons hotel, het Luxor, is een stad op zich, met weet ik hoeveel restaurants, een theater, uiteraard een casino en ontelbaar veel winkeltjes. Je hoeft het hotel niet uit om je een dag te vermaken. Maar dat doen we natuurlijk wel, Nicole neemt ons mee op een avondtour door deze stad.
We bezichtigen het Venetian hotel, met de gondels, bruggen en grachten is het net alsof je in Venetie bent.
Daarna rijden we naar Freemont street, het eigenlijke, oude Las Vegas. Wat een glitter en glamour is het hier. Onze gids noemt het sodom en gomorra en dat begrijp ik. De straatartiesten zien er een beetje shabby uit en er lopen veel dames en heren met net iets te veel veren en net iets te weinig kleren.
We komen ook langs heel veel Wedding chapels, supergrappig om te zien.
En daarna gaat de bus via de verlichte ‘Strip’ terug naar het hotel. Tot nu toe vind ik Vegas vooral ‘heel veel’.
Morgen hebben we een extra dag hier, dan ga ik eens op mijn gemakkie verder kijken.